Ontstaansgeschiedenis door ds. N.J.M. Hoogendijk

Het is goed om de feiten van de ontstaansgeschiedenis van de Hervormde Gemeente 'Maranatha' in verhaal vorm maar eens op een rijtje te zetten. Als toenmalig scriba van de PKV was ik nadrukkelijk bij het tot stand komen van deze “deelgemeente” betrokken. De "deelgemeente" komt als naam en als feitelijke mogelijkheid voor in de kerkorde van de Nederlandse Hervormde Kerk. In ordinantie 2 artikel L0a wordt de "buitengewone wijkgemeente" geregeld en in ordinantie 2 art.10b de "deelgemeente". (De gangbare afkorting is ord.2-10a of b, al of niet gevolgd door de afzonderlijke leden van die artikelen).

Wanneer komt een "BW, of een deelgemeente tot stand? Dat gebeurt altijd in een situatie, waarin er sprake is van verschillende vormen van geloofsbeleving binnen dezelfde gemeente. Vaak gaat het zo, dat men elkaar ruimte geeft voor die verschillende vormen van beleving. Dan erkent men over en weer dat er bij alle verschillen toch eenheid van geloof is binnen hetzelfde kerkverband.
In de kerkenraad gaat men dan toch broederlijk (en zusterlijk) met elkaar om. Er kan over bepaalde zaken best stevig worden doorgesproken, maar er is werkelijke bereidheid om naar elkaar te luisteren en van elkaar te leren. Als er meer predikantsplaatsen zijn wordt het soms ook zo opgelost, dat in de ene wijk een predikant van de ene modaliteit wordt beroepen en in de (of een) andere wijk een predikant van de andere modaliteit.
En over en weer kon men dan uit de wijken pastorale verzorging ontvangen van de "andere" predikant. (Tegenwoordig is dat zelfs officieel geregeld in de kerkorde).
Maar het kwam en komt ook voor, dat een kerkenraad wel erkent, dat een andere modaliteit ook recht van bestaan heeft binnen de ene gemeente, maar dat deze kerkenraad in meerderheid- toch niet de volle verantwoordelijkheid voor de prediking, catechese en pastorale zorg meent te kunnen dragen. Dan kan de kerkenraad besluiten een buitengewone wijkgemeente in het leven te roepen ten behoeve van de "andere modaliteit ". Natuurlijk zijn er een aantal goedkeuringen nodig, maar in feite is dit toch een vrij simpele procedure. Op verzoek kan het breed moderamen van de Generale Synode toestaan dat de betreffende "BW" een eigen kerkvoogdij krijgt. Dan is de BW dus ook financieel vrijwel geheel zelfstandig. Ten aanzien van de diaconie geldt dit niet. De diaconie blijft verantwoordelijk voor de hele gemeente, al zal er natuurlijk wel een onderverdeling gemaakt kunnen worden.
Als er een BW wordt gevormd, dan ontstaat er meteen ook een centrale gemeente met een centrale kerkenraad, waarin de BW als een normale wijkgemeente is vertegenwoordigd. Zo blijft er toch verbondenheid in stand.

Het zal duidelijk zijn, dat er natuurlijk wel een bepaald aantal leden van "de andere modaliteit"
moet zijn om tot vorming van een BW over te gaan. Men kan niet voor elke zeg maar 5 pastorale eenheden tot vorming van een BW besluiten. Een te vormen BW moet dan ook duidelijk maken, dat er een voldoend aantal leden is, en dat men op een zekere termijn- aan de verplichtingen kan voldoen. Dat wil zeggen, dat men een kerkenraad van normale omvang kan vormen.
En verder dat men een predikantsplaats kan stichten, die overigens wel weer parttime bezet kan
worden. U kunt zich nu afvragen: Waarom zo uitvoerig over een BW verhaald, terwijl wij hier toch met een Deelgemeente (DG) te maken hebben? WeI, de voorwaarden om tot een DG te komen zijn vrijwel gelijk aan die van een BW. Het voornaamste verschil is echter, dat de "gewone" plaatselijke gemeente, althans de kerkenraad daarvan, meent geen enkele medewerking te kunnen verlenen aan het vormen van een BW, laat staan nog ruimte te kunnen bieden aan een andere modaliteit van geloofsbeleving binnen de een en zelfde gemeente.

Als dat dan allemaal goed is onderzocht en nagegaan, waarbij zelfs de visitatorengeneraal samen de visitatorenprovinciaal met de kerkenraad en het bestuur van de -inmiddels gevormde- vereniging, die als doel heeft "te komen tot het stichten van een DG" hebben gesproken, dan wordt op besluit van het breed moderamen van de Generale Synode een deelgemeente gesticht, die qua omvang hetzelfde gebied omvat als de gewone gemeente.
En het BM van de Provinciale Kerk Vergadering wordt dan belast met het ten uitvoer leggen van dat besluit van het BM-GS.
Dat BM delegeert deze taak meestal -voor de dagelijkse gang van zaken- aan de scriba van de PKV. Deze scriba is meestal ook al bij de voorgeschiedenis betrokken geweest, omdat hem gevraagd is welke wegen er open staan om ruimte te krijgen binnen de gemeente voor "een andere manier van geloofsbeleving". Maar dit is tot dan toe niet meer geweest dan het geven van de nodige informatie op grond van de kerkorde en het wijzen van de juiste wegen, die bewandeld moeten worden. Als echter het besluit gevallen is, dan moet het BM-PKV en dus ook zijn scriba ambtelijk handelen om tot uitvoering van het besluit te geraken. En er wordt daarbij dan ook geen enkel onderscheid gemaakt als het gaat om een DG voor de confessionele modaliteit (zoals in Nieuw-Lekkerland) of om een DG voor de Gereformeerde Bond (zoals o.a. in Lekkerkerk).
Dat betekent dat het BM-PKV, c.q. zijn scriba "doet wat des kerkenraads is". Dat wil zeggen, dat onder zijn leiding de voorbereidingen worden getroffen om tot officiële overschrijving uit de registers van de "gewone" gemeente te komen van die leden, die ook schriftelijk hebben verklaard bij de DG te willen horen. (Tot LB jaar mogen de ouders voor hun kinderen tekenen. Daarna moeten de kinderen zelf tekenen, als ook zij over willen gaan).
Vervolgens wordt dan tussen tijdig de zogenaamde 6-jaarlijkse stemming gehouden, waarbij de stemgerechtigde leden van de DG bepalen hoe de verkiezing van ambtsdragers plaats zal hebben, in ieder geval tot aan november van het jaar, waarin over het hele land die 6-jaarijkse stemming moet worden gehouden. (Het laatst was dat in november 1992).

En daarna is dan de weg geëffend om tot verkiezing van ambtsdragers over te gaan. Dat kan al naar gelang van de uitslag van die 6 jaarlijkse stemming met kandidaatstelling geschieden (met tien handtekeningen) of met aanbevelingen (dan is één handtekening genoeg).
Als die verkiezing is gehouden, en de gekozenen hun ambt willen aanvaarden worden zij voorgesteld aan de gemeente die nog gedurende 5 dagen na afkondiging schriftelijk en gemotiveerd bezwaren tegen belijdenis en levenswandel van de gekozenen kan indienen. Als er geen bezwaren zijn ingediend, dan kan de bevestiging van de ambtsdragers plaatsvinden in een dienst, die onder verantwoordelijkheid van het BM van de PKV staat. En met de bevestiging van de kerkenraad is dan ook de nieuwe DG officieel "geïnstitueerd".

Die DG hoeft zich niet telkens als deelgemeente aan te kondigen. Er moet een "toenaam" worden gekozen, die goedgekeurd moet worden door het BMGS ( ! ), om daarmee ook in het postale verkeeronderscheiden te kunnen worden van de gewone gemeente. De juiste benaming van uw gemeente is dan ook: Hervormde Gemeente "Maranatha" te Nieuw-Lekkerland.
(Ik ga hier nu even voorbij aan het feit , dat er eigenlijk twee deelgemeenten zijn, omdat het ook om twee gewone gemeenten gaat). De beide deelgemeenten hebben van het begin af aan steeds als één gemeente samengewerkt. En er is dan ook een kerkordelijke vorm gevonden om die twee DG's officieel als een DG te laten functioneren; (zie ook hieronder) .

In ord. 2-10b-1 staat, aan het slot van dit artikel, dat ". .het BM-GS kan besluiten, op verzoek
en ten behoeve van 'die' gemeenteleden, tot vorming van een DG op het territoir van die (gewone) gemeente, en met dezelfde geografische begrenzing, voor welke deelgemeente voor zover in de orde der kerk niet anders is bepaald dezelfde regels als voor andere gemeenten gelden".
De "Hervormde Gemeente 'Maranatha' te Nieuw-Lekkerland" is dus net zo volledig kerkelijke gemeente als de "gewone " gemeenten van Kinderdijk-MiddeIweg en Nieuw-Lekkeriand. Dat kan en mag niemand ontkennen. Ook de klassikale vergadering kan en mag dat niet. Evenmin het breed ministerie van de Ring waartoe deze gemeente behoort. Men mag er
pijn over hebben, dat deze verdeeldheid niet op andere wijze opgelost kon worden. Maar dan zal men ook telkens weer met zichzelf te rade moeten gaan. En bovenal te rade met de Heer van de Kerk en van de gemeente(n).

Een verschil tussen BW en DG is ook nog, dat een DG altijd een eigen Kerkvoogdij heeft, en verder ook een eigen Diaconie.

Aan alle voorwaarden, die hiervoor zijn aangeduid, is ook voor en in de hervormde gemeente
'Maranatha' te Nieuw-Lekkerland voldaan. Een chronologisch overzicht is daartoe opgesteld aan
de hand van de stukken in het archief en/of de notulen, al of niet aangevuld met gegevens uit het archief van de PKV.

Kort samengevat komt het hierop neer:

Uitgangsituatie 1985:
Twee kerkelijke gemeenten op het gebied van de en burgerlijke gemeente Nieuw Lekkerland. Het zijn de hervormde gemeenten Kinderdijk/Middelweg en Nieuw Lekkerland. Beide zijn van GB-signatuur. Verschillende malen is reeds gevraagd aan de kerkenraden van beide gemeenten om ruimte voor een geloofsbeleving op meer confessionele basis. Maar de kerkenraden menen aan dit verzoek niet te kunnen voldoen.

1986:
Een aantal gemeenteleden die zo’n andere geloofsbeleving' voorstaan, verenigen zich in de
"Vereniging ter voorbereiding van een hervormde deelgemeente op confessionele grondslag te Nieuw-Lekkerland". Als naam voor de vereniging wordt gekozen:'MARANATHA'. Het is dan 10 april 1986. Op 17 april zijn er 196 leden ingeschreven. Iedereen is welkom die "confessioneel denkt en gelooft" . Mannen en vrouwen zijn volkomen gelijkwaardig. De vereniging wil eigen samenkomsten gaan beleggen en vraagt ruimte aan de kerkenraden van zowel Kinderdijk als Nieuw-Lekkerland. Op dit verzoek wordt niet ingegaan. Dan komt het gesprek op gang met de visitatoren. Vervolgens werd ruimte gezocht en gevonden in de Gereformeerde Kerk te Nieuw-Lekkerland. Op 7 september 1986 werd 's middags de eerste bijeenkomst gehouden. (Officieel waren dit geen kerkdiensten, omdat er dan een officieel verkozen en bevestigde kerkenraad moet zijn. Maar zover was men toen nog niet.

1987:
Ingestelde werkgroepen gaan verder met hun arbeid. Een infoblad wordt uitgegeven, catechese wordt gestart, de heer Pantekoek uit Rotterdam wordt aangetrokken voor pastorale zorg van de leden. De Algemene Ledenvergadering komt enkele malen bijeen om over de uitgestippelde koers en de ondernomen stappen te spreken en daaraan het "fiat" te geven.
In november 1987 besluit het BM van de Generale Synode, gehoord de visitatorengeneraal en provinciaal, gehoord de beide kerkenraden, gehoord het, BM van de Klassikale Vergadering en het BM van de PKV van Zuid-Holland tot het stichten van een deelgemeente in Kinderdijk/Middelweg met dezelfde geografische begrenzing als die hervormde gemeente en tot het stichten van een deelgemeente te Nieuw-Lekkerland met dezelfde begrenzing als die hervormde gemeente. (Een deelgemeente kan n.l. slechts gesticht worden op het gebied
van één "gewone" gemeente). Daarom moesten er officieel twee deelgemeenten worden gevormd, die ieder ook een eigen "oproepbare" kerkenraad moesten krijgen, ook al was de vereniging vanaf het begin op de totaliteit van de burgerlijke gemeente gericht. Daarom is later een nauwe samenwerkingsvorm gevonden door van de beide deelgemeenten een "streek-deelgemeente" te maken, waarbij bepaald werd, dat deze beide deelgemeenten alle zaken gezamenlijk zouden regelen en uitvoeren. Deze vorm werd gekozen, omdat het BM-GS er toen nogal wat moeite mee had dat deelgemeenten wel zouden worden samengevoegd en de "gewone" gemeenten niet.

1988:
Eigenlijk begon de taak van de PKV ai eind 1987, maar het accent kwam toch te liggen op het
begin van 1988. Aan de kerkenraden van de gewone gemeente werden de gegevens en attestaties opgevraagd van al die leden, die te kennen hadden gegeven bij de deelgemeente te willen gaan behoren. De medewerking daartoe werd uiterst correct verleend. Daarna kon de 6-jaarlijkse stemming worden gehouden, gevolgd door de eerste verkiezing van ambtsdragers. En op 20 maart, 1988 konden toen de ambtsdragers worden bevestigd, waarmee de instituering van de twee deelgemeenten ook een feit was geworden. Daarmee kwam er ook een eind "het doen wat des kerkenraads is" door het BM. c.q. de scriba van de PKV. Op de eerste kerkenraadsvergadering die op 28 maart 1988 werd gehouden kon de scriba van de PKV dan nog de verkiezing van het moderamen van de kerkenraden leiden, waarna het voorzitterschap kon worden overgedragen aan de eerste voorzitter van de kerkenraad, de heer G. Rietveld.
In deze eerste vergadering viel als eerste ook het officiële besluit aan de BM van de PKV te vragen de beide deelgemeenten samen te brengen in een streekgemeente, naar de bepalingen van ord.2- 19 L/m 26. Daar dit al les reeds eerder was besproken en voorbereid kon het BMIPKV hiertoe ook zonder verdere discussie besluiten. Wel moest eerst nog gewacht worden op de adviezen van het BM van de klassikale vergadering en van de Provinciale Diaconie Commissie en de Provinciale Kerkvoogdij Commissie. Het officiële besluit werd door genoemd BM in november 1988 genomen.

Ondertussen werd er met voortvarendheid verder gewerkt. In dit jaar kwam er een bouwcommissie tot stand; er werd een bouwfonds gestart. Dit hield tevens de keuze in voor het eerst stichten van een eigen gebouw boven het metterdaad stichten van een predikantsplaats.

1990:
In april 1990 werd dan het besluit genomen tot de bouw van een "eigen kerk". En door het gekozen ontwerp met daarbij behorend bouwsysteem kon reeds op 24 januari 1991. het kerkgebouw in gebruik worden genomen. Daarmee had "Maranatha" ook een meer herkenbaar eigen gezicht gekregen.:
Een officiële streek-deelgemeente", die zich mag tooien met de naam: "Hervormde gemeente 'Maranatha' te Nieuw-Lekkerland", waarbij men in het oog moet houden dat met "Nieuw-Lekkerland" in deze benaming de hele burgerlijke gemeente van die naam wordt bedoeld.

Het doel van de vereniging was toen bereikt. En in april 1988 kon de vereniging dan ook worden opgeheven.

Hoe verdrietig het ook is dat er nog steeds deelgemeenten moeten worden gevormd, het neemt niet weg, dat er in onze pluriforme Nederlandse Hervormde Kerk kerkordelijke ruimte is geschapen voor hen, die anders al gauw zouden verkommeren en/of afhaken van de gemeenschap der Kerk. Ieder doet er goed aan zich dat steeds te blijven herinneren om dan ook te zoeken naar de eenheid waarom ook Christus heeft gebeden. Wie geen pijn heeft aan de verdeeldheid stelt zich m. i. te hard op en heeft nog veel te leren van de Goede Herder.

ds. N.J M. Hoogendijk, Zuid-Holland. 19 januari 1993